Built Environment Related Diseases I-L

by L.G.H. Koren & J.E.M.H. van Bronswijk

The disease list below originates from a report prepared for the Netherlands Ministry for Housing, Spatial Planning and Environment, and completed in May 1999. It contains diseases and inflictions likely to encounter in Western Europe. It does not contain the newest information and should be considered a first introduction to old knowledge

n case of infectious disease the Canadian score is mentioned as far as it is known. For each disease the Canadian score is constructed from assessments of 12 criteria, such as incidence, mortality and morbidity, spread and outbreaks, and importance according to the WHO and the general public. Availability of vaccines and scope of activities needed to stop an outbreak are also taken into consideration. The higher the Canadian Score of a disease, the more serious for public health it is considered to be.

The alphabetical order of the diseases follows the Dutch language names. 

Diseases
Noxious plants and fungi
 

Disease or Infliction

Causal Agent(s)

Symptoms and Course

Severity and Morbidity

Relationship with the built environment 

Intoxicatie (Dutch)   

Intoxication (English)   
 

Noxious Plants and Fungi    

Giftige slangen: adder (Vipera berus) en tropische, ontsnapte 'huis'slangen

Lichte tot dodelijke vergiftigingsverschijnselen van velerlei aard. 

2300 ziekenhuisopnamen en 3 letale gevallen per jaar bij kinderen onder 12 jaar. Slechts een klein deel hiervan (<5%) door innemen van plantendelen.

Aanwezigheid van de planten of paddestoelen. Vooral gevaarlijk voor kinderen die de giftige en niet giftige bessen en paddestoelen nog niet hebben leren onderscheiden. 

Kinderverlamming (Dutch)   

Poliomyelitis Anterior Acuta (International)  

Infantile Paralysis (English)
 

Poliovirus

Slappe verlamming bij <1% van de niet-gevaccineerden. Bij 50% verdwijnen de verlammingen volledig.

Letaliteit 5-10%, voornamelijk bij ouderen. Canadian score = 30. Aangegeven incidentie in Nederland (ziekte/ verwekker): 1997: 0/-, 1996: 0/-. Risico alleen voor niet-gevaccineerden. Kans op infectie bij blootstelling aan 1 'eenheid' poliovirus 3: 0,031.

Besmetting via fecaal-oraal contact en via besmet water of omgeving. 

Lintworminfecties (Dutch)   

Tapeworm Infections (English)

Echinococcus granulosus, (hondenlintworm)

De belangrijkste verschijnselen zijn die van een ruimte-innemend proces, meestal in de lever, in 30% van de gevallen in de longen en soms in andere organen. Er treden vaak allergische reacties op. Er kunnen meer dan 15 jaar verlopen tussen de besmetting en het optreden van symptomen.   

 

Letaliteit hondenlintworm laag. In Nederland zeldzaam. Aantal serologisch bevestigde nieuwe patienten 29-44 per jaar. Niet endemisch in Nederland, wel zijn er enkele menselijk besmettingen via geÔmporteerde honden waargenomen. Echinococcose bij de mens wordt in Nederland voornamelijk gezien bij hier geÔmmigreerde buitenlandse werknemers en hun gezinsleden die afkomstig zijn uit landen rond de Middellandse Zee. Therapie bestaat indien mogelijk bij voorkeur uit operatieve verwijdering van de cysten. De sterfte door het operatief ingrijpen is ongeveer 2%.

Besmet door contact met geÔnfecteerde hond (meestal tijdens de kinderjaren). De mens wordt besmet door het eten van eieren bijvoorbeeld via met hondenfaeces gecontamineerde grond, voedsel of water.

E.multilocularis (blaasworm van de vossenlintworm)

Bij de mens ontwikkelt zich een blaasworm, deze bevindt zich meestal in de lever (dodelijke leverbeschadiging), maar soms ook ergens anders in het lichaam.

Letaliteit vossenlintworm hoog. In Nederland onlangs 1 keer gediagnosticeerd, patiŽnt kwam uit Zwitserland.

De mens wordt besmet door het eten van eitjes, via besmette grond, water, besmette bosvruchten en paddestoelen. Vossenlintworm is aangetoond in Zuid-Limburg en Groningen. Recent onderzoek op de Veluwe toonde in geen van de 72 bemonsterde vossen vossenlintworm aan. In 1984 werd in 137 vossen ook geen Echinococcus aangetoond.

Dipylidium caninum

Symptomen: zie algemeen lintworminfecties (diarree, obstipatie, buikklachten, pruritus ani)

 

Wereldwijd voorkomend, meest algemene honden-lintworm. Komt voor bij honden, katten, vossen. Wordt soms bij mensen aangetroffen, speciaal bij kinderen. Tussengastheer zijn vlooien (Ctenocephalides felis, C.canis, Pulex irritans). Door contact met of eten van wilde (knaag)dieren kunnen honden en katten besmet raken.

Taenia saginata

Buikpijn, misselijkheid, malaise, gewichtsverlies, toename van eetlust en hoofdpijn.   

 

Incidentie in Nederland 1000 / jaar.

Runderen worden besmet via met eieren besmette handen van de mens of door grazen op met humane fecaliŽn besmet grasland of door drinken van slootwater dat dergelijke fecaliŽn bevat. Besmetting van de mens door het eten van onvoldoende verhit rundsvlees. In Nederland is 3 % van de koeien besmet.

Listeriose (Dutch)  

Listeriosis (International)

Listeria monocytogenes

Middenoorontsteking, meningitis, sepsis, longontsteking, endocarditis, foetale dood.

Letaliteit bij foetus, pasgeborenen en ouderen 20-50%. Canadian score = 26. Aangegeven incidentie in Nederland (ziekte/verwekker): 1997: -/21 1996: -/22. Vermoedelijk zijn vrijwel alle gevallen door voeding veroorzaakt.

Alom in milieu aanwezig: grond, water, kuilvoer. Via huisdieren, vee, spinachtige en kreeftachtige overgebracht, bekend van zachte (buitenlandse) kaas

Longkanker (Dutch)   

Lung cancer (English)

Diverse vormen van luchtverontreiniging o.a. radon, asbest.

Aanvankelijk symptoomloos, later diverse longklachten. Zeer progressief beloop

Zonder behandeling 99% mortaliteit in 3 jaar, met behandeling 40 tot 96% mortaliteit in enkele jaren, afhankelijk van de vorm. Naar schatting 1000 (470-2200) doden per jaar in Nederland, waarvan 50-100 door blootstelling aan radon binnen gebouwen.

Roken is de voornaamste oorzaak. Ook van meeroken is aannemelijk dat hierdoor kanker wordt veroorzaakt. Ventilatie is het gebouwgereateerde element hierbij. Asbest verwerkt in daken, onder linoleum en vinyl en als bloembakken is eveneens een gebouwgerelateerde oorzaak.   
Daarnaast is
radongas een oorzaak. Het is aanwezig in bouwmaterialen, en het ontwikkelt zich van nature in de bodem, vanwaar het via de kruipruimte de woning bereikt. 

Lyme ziekte (Dutch)   

Lyme disease (English) 
  

Borrelia burgdorferi

In eerste instantie huidverschijnselen (niet altijd!) met koorts, moeheid, hoofdpijn of myalgie. Later chronisch neurologische en/of cardiale verschijnselen en/of artritis. De verschillende ziektebeelden worden veroorzaakt door verschillende subtypen van Borrelia burgdorferi.

Letaliteit <1%. Canadian score = 15. Incidentie 1000-10.000 per jaar in Nederland. 

Wordt van huisdieren en in het veld levende knaagdieren door teken (Ixodes ricinus) overgebracht op mensen. In Nederland is gemiddeld 25% van de teken besmet. De vector-teken (Ixodes ricinus) zijn ook in tuinen gesignaleerd. In 1994 werden 33.000 tekenbeten geregistreerd door huisartsen. Van seropositieve bosarbeiders (20%) bleek 1/3 Lyme-borreliose te hebben gehad. Risicofactoren zijn bosrijke, zandige of ruige gebieden, en grienden: Utrechtse Heuvelrug, Veluwe, Achterhoek, Zuid-Friesland, Drente, Betuwe en de duingebieden. Bij een inventarisatie van nederland in de tachtiger jaren bleken in alle 10x10 kilometer-blokken met landvegetatie Ixodes teken aantoonbaar (van Bronswijk, persoonlijke mededeling). Daarnaast is de aanwezigheid van schapen en runderen een risicofactor. In de Verenigde Staten werd een relatie met het aantal aanwezige herten aangetoond. Er zijn enige aanwijzingen dat ook zonder tussenkomst van een tekenbeet Lyme ziekte kan worden overgebracht, bijvoorbeeld via besmet voedsel of grond.

 

 
 

Noxious Plants, Photo-Active Plants, and Fungi

Plants (Famiy = name ending on eae + Latin name and vernacular Dutch name in parentehses

Amaryllidaceae: Clivia, Galanthus (sneeuwklokje), Leucojum (zomerklokje), Narcissus (narcis) 

Anacardiaceae: Cotinus (pruikeboom), Rhus (fluweelboom), Toxicodendron

Apiaceae (Umbelliferae): Aethusa (hondspeterselie), Chaerophyllum, Cicuta (waterscheerling: zeer giftig),Conium (gevlekte scheerling: zeer giftig), Heracleum (bereklauw), Oenanthe (watertorkruid, hoornblad)

Apocynaceae en Asclepiadaceae: Catharanthus (roze maagdenpalm), Nerium (oleander), Thevetia, Vinca (maagdenpalm), Vincetoxium (engbloem)

Aquifoliaceae: Ilex (hulst: bessen!)

Araceae: Anthurium (flamingoplant), Arum (gevlekte aronskelk: bessen!), Calla (slangewortel), Dieffenbachia, Epipremnum, Philodendron, Zantedeschia (aronskelk)

Araliaceae: Hedera (klimop), Schefflera

Asteraceae (Compositae): Arnica, Atractylis, Chrysanthemum (chrysant),Doronicum (voorjaarszonnebloem), Lactuca, Senecio (kruiskruid), Xanthium

Berberidaceae: Berberis (zuurbes), Mahonia, Podophyllum (voetblad)

Boraginaceae: Heliotropium (zonnewende), Symphytum (smeerwortel)

Buxaceae: Buxus (palmboompje), Pachysandra, Sarcococca

Calycanthaceae: Calycanthus (specerijstruik)

Caprifoliaceae: Lonicera (kamperfoelie), Sambucus (vlier: onrijpe bessen giftig, rijpe niet; bergvlier: bessen!), Symphoricarpus (sneeuwbes), Viburnum (sneeuwbal, gelderse roos)

Celastraceae: Caltha (dotterbloem), Euonymus (kardinaalsmuts/hoed: vruchten)

Cornaceae: Aucuba (broodboom), Cornus (kornoelje)

Crassulaceae: Sedum (muurpeper)

Cucurbitaceae: Bryonia (heggerank: bessen!), Momordica

Cupressaceae: Juniperus (jeneverbes: vooral J.sabina, J.virginiana), Thuja (levensboom), Chamaecyparis (dwergcypres)

Dioscoraeaceae: Tamus

Elaeagnaceae: Elaeagnus (olijfwilg), Hippophae (duindoorn, bessen niet giftig)

Empetraceae: Empetrum (kraaiheide)

Equisetaceae en Lycopodiaceae: Equisetum (holpijp), Lycopodium (wolfsklauw)

Ericaceae: Andromeda (lavendelheide), Erica (heide), Gaultheria (bergthee), Kalmia (lepelboom), Ledum (moeraspalm), Pernettia, Pieris, Rhododendron, Vaccinium (vossebes)

Euphorbiaceae: Acalyptra (acalypha kattestaart?), Aleurites, Codiaeum (croton), Euphorbia (wolfsmelk, kerstster, heksenmelk), Mercurialis, Ricinus (wonderboom, vooral de zaden!)

Fabaceae (Papilionaceae) Vlinderbloemigen: Abrus, Caragana, Colutea (blazenstruik), Coronilla (kroonwikke), Crotalaria, Cytisus (brem), Laburnum (goudenregen, 8 boonachtige peulen dodelijk), Lathyrus, Lupinus (lupine), Phaseolus (boon: onrijpe, ongekookte peulen), Robinia (acacia), Vicia (wikke), Wisteria (blauwe regen)

Grossulariaceae en Crassulaceae: Kalanchoe, Ribes (berries non-toxic!)

Hippocastaneaceae + Fagaceae: Aesculus (paardekastanje), Fagus (beuk), Quercus (eik):.

Iridaceae: Crocus, Iris

Liliaceae: Allium (look), Asparagus (asperge), Colchicum (herfsttijloos), Convallaria (lelietje-der-dalen: bessen!), Fritillaria (kievitsbloem, keizerskroon), Gloriosa, Hyacinthus (hyacint), Lilium (lelie), Maianthemum (dalkruid), Ornithogalum (vogelmelk), Paris (eenbes: bessen!), Polygonatum (salomonszegel:bessen!), Tulipa (tulp), Veratrum, Zigadenus

Loranthaceae: Viscum (maretak)

Oleaceae: Ligustrum (liguster)

Papaveraceae: Chelidonium (stinkende gouwe), Corydalis (helmbloem), Dicentra (gebroken-hartjes), Escholzia (slaapmutsje), Meconopsis (schijnpapaver), Papaver (slaapbol, P.somniferum, behalve rijpe zaden: maanzaad)

Phytolaccaceae: Phytolacca (karmozijnbes)

Polypodiaceae: Dryopteris (manetjesvaren), Pteridium (adelaarsvaren)

Primulaceae: Cyclamen (cyclaam), Primula (sleutelbloem)

Ranunculaceae: Aconitum (monnikskap), Actaea (christoffelkruid), Adonis (kooltje vuur), Aquilegia (akelei), Caltha (dotterbloem), Clematis (bosrank), Delphinium (ridderspoor), Helleborus (nieskruid, kerstroos), Pulsatilla (wildemanskruid), Ranunculus (boterbloem), Thalictrum (ruit), Trollius (kogelbloem)

Rhamnaceae: Rhamnus (wegedoorn)

Rosaceae: Amelanchier (bergmispel, krenteboompje), Chaenomeles (dwergkwee), Cotoneaster (dwergmispel), Crategus (meidoorn), Kerria (ranonkelstruik), Prunus (kers-soorten, zaden/pitten), Pyracantha (vuurdoorn), Sorbus (lijsterbes), Spirea (spierstruik)

Scrophulariaceae: Digitalis (vingerhoedskruid), Gratiola (genadekruid) 

Solanaceae: Atropa (wolfskers : 3-4 bessen voor kind dodelijk!), Datura (doornappel), Hyoscyamus (bilzekruid), Lycium, Mandragora (alruin), Nicandra (zegekruid), Nicotiana (tabak), Physalis (lampionplant), Scopolia, Solanum (nachtschade, aardappel, bitterzoet: rijpe bessen niet giftig)

Taxaceae: Taxus (venijnboom)

Thymelaeaceae: Daphne (peperboompje: bessen zeer giftig!)

Verbenaceae: Lantana 

Photodermatitis organisms

Heracleum sphondylium (bereklauw)

Pastinaca sativa (pastinaak)

Ruta graveolens (wijnruit)

Apium graveolens (selderij)

(maggiplant)

Petroselinum (peterselie)

Poisonous Fungi

Amanita muscaria (vliegenzwam)

A. pantherina (panteramaniet)

A. phalloides (groene knolamaniet)

A. verna (vroege knolamaniet)

A. virosa (kleverige knolamaniet)

Boletus satanas (satansboleet)

Entoloma lividum (giftige satijnzwam)

Inocybe patouillardi (witrode of dodelijke vezelkop)

 

Version of September 8, 2003, produced by  Annelies van Bronswijk