De stad: kerngebied voor de mens

Remco Daalder

Inleiding
Het biotoop Stad zal in de komende jaren in Nederland fors in omvang toenemen. De stad is in de eerste plaats het optimale biotoop van de soort Mens. Maar in diens schaduw, in de talrijke ecotopen waarin de stad valt onder te verdelen, leven vele andere organismen. Het samenspel tussen dominante soort Mens en die vele duizenden andere soorten maakt de stad een van de boeiendste en spannendste natuurgebieden van Nederland. Om dat zo te houden of zelfs te versterken is vooral creativiteit nodig. De eerste aanzetten zijn er.

Natuurgebied
In Groot-Amsterdam, de stad en zijn directe aangrenzende omgeving, vinden 34 soorten zoogdieren een plek en 60 soorten vissen. Er zijn 1106 soorten paddenstoelen gevonden, waarvan 200 van de Rode Lijst. De broedvogellijst telt 141 soorten, waarvan er 34 op de Rode Lijst staan. Als je alleen naar de cijfertjes kijkt is Amsterdam een natuurgebied van groot belang. Deze cijfers verdienen dus enige nuancering. Veel soorten, vooral de zeldzame, leiden een wat kwijnend bestaan in stadsrandgebieden die voortdurend bedreigd worden door woningbouw of wegenaanleg. Maar goed, de buidelmees, zomertaling en de eenzame Das bij de kruitfabriek in Muiden, ze zijn er, ze tellen mee.
Stadsnatuur is op allerlei manieren te ordenen en is inmiddels op allerlei manieren geordend. Kenmerkend zijn de vele gezichten van stadsnatuur en de spontaniteit ervan. De vele gezichten: de aan bebouwing gebonden gierzwaluw aan de ene kant, de blauwborsten en buidelmezen van de geheimzinnige moerassen aan Diemerzeedijk en in het westelijk havengebied aan de andere kant. De spontaniteit: de plotselinge opmars van meerkoet en fuut richting centrum in de jaren tachtig, de opmarcherende roofvogels in de jaren negentig. Honderden broedende futen en meerkoeten binnen de grachtengordel, broedende sperwers in bijna alle stadsparken en in een gesloten huizenblok aan de Herengracht, wie het twintig jaar geleden had voorspeld was voor gek verklaard. De spontaniteit ook van de pioniersoorten die razendsnel opduiken waar het beheer van straat of brug even te wensen overlaat. Simpele straatplanten als kompassla, bijvoet en kruipertje slaan dan onmiddellijk toe, wrikken de boel uit elkaar waarna haagbeuk, es en vlier het slopen van het metselwerk overnemen.

Functies
Stadsnatuur is vaak opportunistisch, brutaal en onvoorspelbaar. Stadsnatuur is ook onmisbaar voor een stad, vooral als die stad enig formaat heeft. De belangrijkste functie van stadsnatuur ligt in de belevingswaarde voor de menselijke stadsbewoners. Uiteraard heeft stadsnatuur ook nut voor de kwaliteit van het stedelijke leefmilieu (bijvoorbeeld stofopvang door bomen) en heeft stadsnatuur ook bestaansrecht op zichzelf (denk aan die 34 Rode Lijst-vogelsoorten in Amsterdam), maar die belevingswaarde, daaraan zal stadsnatuur zijn bestaansrecht steeds vooral blijven ontlenen.
De belevingswaarde van stadsnatuur heeft ook weer vele gezichten.
Allereerst is daar het omgevingsgroen. De bomen in de straat, het plantsoentje en de sloot om de hoek, het trapveldje. De groene aankleding van de straat die je aan de loop der seizoenen herinnert en je biologische klok bijstelt. In elk Amsterdams bewonersonderzoek staat woonomgevingsgroen vlakbij het huis steevast bovenaan in de lijst met wensen. Zelfs nog boven de parkeerplaats.
De parken in de stad bieden een rustige contramal voor het drukke stedelijke leven. Ondanks het massale bezoek aan parken ervaart de stadsbewoner ze als oases van rust en ruimte. Voor veel mensen is vooral de decorfunctie van die parken belangrijk: een groene ruimte om in te sporten, te picknicken of te flaneren. Een park wordt echter waardevoller naarmate men er meer dieren en planten kan zien. Zelfs de meest doorgewinterde nachtvlinder kan weken later nog vertellen over die ontmoeting met een egel of eekhoorn in het Vondelpark. Vleermuizen en bosuilen kunnen rekenen op de enthousiaste aandacht van de populaire lokale TV-zender AT5.
De stadsrandgebieden bieden intensere natuurbeleving. Veenweiden, het rivierenlandschap van de Amstel en moerasgebieden bieden geheimzinnigheid, vergezichten en de mogelijkheid merkwaardige planten en dieren te zien.

Totaalpakket nodig
Woonomgevingsgroen, parken en stadsrandgebieden bieden tezamen een totaalpakket aan groenbeleving waarvan geen onderdeel gemist kan worden. Het een kan het ander niet vervangen.
Het woonomgevingsgroen is elke dag nodig, het park voor het ommetje even tussendoor in het weekeinde en de stadsranden voor de langere tochten waarop je je even helemaal los van de stad kan voelen. Wijzen naar de duinen of het Gooi voor laatstgenoemde recreatievorm is niet aan de orde. De mobiliteit van minder draagkrachtige stadsbewoners neemt alleen maar af. Daarnaast hebben die natuurgebieden verder weg geen binding met de stad. In het veenweidegebied van Waterland ben je even helemaal los van de stad, je voelt je midden in de natuur, maar tegelijk zie je de stad liggen. Deze gebieden hebben een binding met de stad. De natuurbeleving in deze gebieden versterkt de binding van de stadsbewoner met zijn stad en het belang van die binding voor de sociale cohesie in de stad is groot.

Creatief ontwerpen
Dat woonomgevingsgroen, parken en stadsrandnatuur alledrie hard nodig zijn heeft enige belangrijke consequenties.
Ten eerste moet de grens tussen stad en ommeland zo hard mogelijk zijn. De natuurgebieden in de stadsrand moeten hun natuurbelevingsfunctie zo goed mogelijk kunnen vervullen. Stadsrandinvloeden als sluipende wonigbouw of het verplaatsen van sportvelden of volkstuinen vanuit de stad naar de stadsrand moeten worden vermeden. De stadsrandgebieden moeten ook goed bereikbaar zijn.
Ten tweede is compact bouwen in zijn meest gebruikte vorm geen oplossing, omdat dit steeds ten koste gaat van woonomgevingsgroen of parken en ook die zijn nodig.
De oplossing moet worden gezocht in meervoudig ruimtegebruik en in creatief ontwerpen. En liefst in een combinatie van beiden.

Meervoudig ruimtegebruik is het zoveel mogelijk combineren van functies op zo weinig mogelijk ruimte. Wat stadsnatuur betreft is bijvoorbeeld een hele wereld te winnen op de daken van de stad. Uit een hoog gebouw bekeken is de stadse huizenzee een grauwe, stenige wereld waar alleen een enkele zwarte roodstaart van profiteert. Er zijn echter legio mogelijkheden voor de aanleg van daktuinen, mosdaken of nog spectaculairder vormen van groene architectuur. Denk aan het Hundertwasserhaus in Wenen, waar bomen ontspringen in raamkozijnen en zich langs de gevels omhoogworstelen en waar ook de bewoners van de hoogste etages hun tuintje hebben. Het Hundertwasserhaus ziet er van veraf uit als een sprookjesbos en dient ook als woonomgevingsgroen voor de mensen die in de buurt ervan wonen. Het is het levende bewijs van de kunstmatigheid van de scheiding tussen rood en groen. Ook de Nederlandse inzending voor Expo 2000 is een mooi voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik. Het zo broodnodige woonomgevingsgroen kan ook de hoogte in! Overigens is in de dichtbevolkte Amsterdamse Jordaan een echte daktuinencultuur aan het ontstaan, waarbij bewoners elkaar met fraaie tuinen de loef af proberen te steken. Ook de creatieve particulier kan dus zijn steentje bijdragen.
Een ander voorbeeld van creatief denken is de planvorming over de Zuidas. Bij dit uiterst ambitieuze nieuwbouwproject met hoge kantoren en woningbouw wordt zorgvuldig nagedacht over de mogelijkheden voor stadsnatuur. Men denkt over creatief omgaan met water door het maken van natuurvriendelijke retentievijvers op verschillende hoogten op daken van kantoren en de begane grond. Aan het inrichten van daken als broedplaatsen voor visdieven en scholeksters. Aan nestkasten voor slechtvalken en aan een heel scala van daktuinen en hangende tuinen. Men introduceerde voor dit denken de term Ecologische Hoogstructuur.

Besluit
Steden nemen vooral in het westen van het land een belangrijk deel van het oppervlak in. Steden zijn de optimale biotoop voor de soort mens en dienen optimaal ingericht te blijven om aan de wensen van de soort mens te blijven voldoen. Bij die optimale inrichting horen alle beschikbare groenstructuren: van woonomgevingsgroen tot natuur in de stadsrand. Planten en dieren dragen bij aan de belevingswaarde van die groenstructuren. Om alle natuurbeleving binnen de gemeentegrenzen te kunnen bieden is het nodig om de grenzen tussen stad en ommeland hard te houden en te voorkomen dat de stadsbewoners nog verder verwijderd raken van dat ommeland. Tegelijk moet in de stad creatief worden omgegaan met de beschikbare ruimte om de wensen voor wonen, werken en voor groen te kunnen honoreren. Het denken over meervoudig ruimtegebruik staat nog maar in de kinderschoenen. Een alliantie tussen stadsecologen, stedenbouwkundigen en ontwerpers is nodig om dit denken tot volle bloei te laten komen. De vertegenwoordigers van deze disciplines moeten de samenwerking zoeken en met elkaar meedenken.